De staatsecretaris van VWS heeft onderzoek laten doen naar de onafhankelijke cliëntondersteuning in de Wmo en Wlz. Vilans en Movisie hebben een kwalitatief onderzoek uitgevoerd dat een beeld schetst van de huidige -zeer diverse- praktijk. Met name de onafhankelijkheid van cliëntondersteuners en hun positie als zij ook deel uitmaken van een wijkteam zijn kritische punten.

Grote verschillen
Wat het onderzoek vooral helder maakt, is dat er grote verschillen zijn tussen gemeenten wat betreft taken, aanpak en organisatie van ‘onafhankelijke’ cliëntondersteuning vanuit de Wmo. Dit geldt ook voor de zorgkantoren en de praktijk van onafhankelijke cliëntondersteuning vanuit de Wlz. De geïnterviewde onafhankelijke cliëntondersteuners vanuit de Wmo hebben expliciet behoefte aan
meer duidelijkheid over wat onafhankelijke cliëntondersteuning precies is en wat tot de kerntaken van cliëntondersteuners behoort. Onafhankelijke cliëntondersteuners die in een wijkteam werken, moeten vaak generalistisch werken en hebben ook andere taken in hun pakket, zoals bijvoorbeeld het geven van opvoedingsondersteuning. Door deze in elkaar overvloeiende combinatie van taken neemt de helderheid over het takenpakket voor de onafhankelijke cliëntondersteuners af.

Onafhankelijk?
Een kritisch punt wat betreft de rol van de onafhankelijke cliëntondersteuner is voor de respondenten de mate van onafhankelijkheid. Dat een cliëntondersteuner niet onafhankelijk, en uitsluitend werkend in het belang van de cliënt, kan zijn als hij ook ondersteuning en zorg toekent, staat voor iedereen vast. Maar hoe onafhankelijk en uitsluitend werkend in het belang van de cliënt kan je zijn als het aantal uur per cliënt, of de taken die je uitvoert, door de gemeente begrensd worden? Als de onafhankelijke cliëntondersteuner lid is van een wijkteam, waarin ook toegangsbeslissingen worden genomen, kan dit leiden tot een loyaliteitsconflicten die de onafhankelijkheid onder druk zetten. Je hebt dan immers een nauwe band met je collega’s die het onderzoek doen en besluiten over de inzet van maatwerkvoorzieningen. Hoe gemakkelijk teken je bezwaar aan tegen een beslissing van een collega waar je een goede band mee hebt? Respondenten pleiten ervoor onafhankelijke cliëntondersteuners wel nabij en verbonden met ‘de toegang tot zorg’ te plaatsen, maar bij voorkeur organisatorisch zelfstandig te laten functioneren.

Verkrijgen van passende ondersteuning en zorg voor cliënten
Bij complexe problematiek merken respondenten Wmo dat gespreksvoerders (wijkteammedewerkers, Wmo-consulenten) niet altijd voldoende tijd inplannen en nemen om de vraag goed te verkennen, zodat cliënten zich niet altijd goed gehoord voelen en niet de meest passende ondersteuning ontvangen. Dat niet voldoende uitvragen van de problematiek heeft soms ook te maken met het niet op durven vragen van privacygevoelige informatie.

De deelnemers aan het onderzoek geven ook voorbeelden van casuïstiek die illustreren dat er in praktijk verschillen lijken te bestaan in hoe toegang tot zorg is geregeld, op basis van welke criteria welke zorg wordt toegekend en in de mate waarin passende zorg tot stand komt. De respondenten beschrijven ervaringen waarin gemeentelijke indicatiestellers, maar ook wijkverpleegkundigen, CIZ en zorgaanbieders de keuze van de cliënt beïnvloeden om al dan niet Wlz-zorg aan te vragen. Daarbij spelen naar de beleving van de respondenten ook andere belangen een rol dan de problematiek van de cliënt en de overweging met welke zorg de cliënt het beste gediend zou zijn. Wellicht speelt ook onbekendheid met toegangscriteria mee.

Verbeteringen gaan te langzaam
Het onderzoek van Movisie en Vilans is een kleinschalig kwalitatief onderzoek, dat inzicht biedt in de diversiteit in uitvoering van Wmo en Wlz. Het feit dat ruim twee jaar na de decentralisatie van de langdurige zorg voor mensen met (o)ggz problematiek of een verstandelijke beperking, nog steeds de onafhankelijke cliëntondersteuning niet goed is geregeld, geeft wel aan dat investeringen hierin door gemeenten hoogst noodzakelijk zijn, vindt de Federatie Opvang. Het is aan gemeenteraden om hun wethouders daar op aan te spreken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *